EEN GAPENDE KLOOF TUSSEN PAPIER EN PRAKTIJK

 

Overheden moeten vanaf 1 januari 2015 honderd procent (100%) duurzaam inkopen. Maar uit een rapport van groene ondernemersvereniging De Groene Zaak blijkt dat provincies en gemeenten dat nog lang niet in alle gevallen doen (en ook de gemeente Soest doet dit nog niet, zoals in december jl. is gebleken bij de beantwoording van wethouder Kemmerling op onze art. 39 vragen hierover!). Bovendien blijken de criteria voor ‘duurzame’ producten vaak nietszeggend of verouderd en worden bij ruim 40% worden duurzame beloften in de praktijk niet of slechts ten dele waargemaakt.

De Groene Zaak heeft 30 vragen gesteld over duurzaam inkopen aan 10 provincies en 10 grote steden. Daaruit kan geconcludeerd worden dat er te vaak duurzaam wordt ingekocht op basis van verouderde en weinig onderscheidende minimumnormen. Sommige diensten en producten worden daarnaast nog nauwelijks duurzaam ingekocht; dit geldt voor o.a. energie, infrastructuur en financiële diensten. En tenslotte blijkt er een gapende kloof tussen papier en praktijk, ‘omdat overheden onvoldoende controleren of de beloofde duurzaamheidsnormen wel gerealiseerd worden’.

 

Onvoldoende visie en ambitie

Zo duurzaam mogelijk inkopen is, zowel voor bedrijven als overhe­den, van cruciaal belang. Het stimuleert duurzame economische groei, innovatie en het helpt milieu en sociale doelen te realiseren. Al in 2010 hebben alle overheden zichzelf via bestuurlijke afspraken verplicht om vanaf 1 januari 2015 honderd procent duurzaam in te kopen: van catering en ICT tot wegen, OV, elektrische auto’s en gebouwen. Maar dit doel is dus niet gehaald, omdat overheden het de afgelopen jaren hebben laten afweten door geen visie of ambitie te hebben.

Het inkoopvolume van overheden samen is jaarlijks 60 miljard euro, merendeels besteed door lagere overheden. Daarmee zijn overheden zeer belangrijke investeerders voor groene groei en daarom moet het duurzaam inkoopbeleid tot 2020 radicaal anders, stelt De Groene Zaak.